In dit citaat beweerd Leni Riefenstahl dat ze geen van de verhalen
die hierboven worden genoemd waar zijn. Ze zegt dat de journalisten
niks van haar weten en dat bijna alles dat over haar in de kranten
staat gelogen is. Hiermee verwerpt ze ook het verhaal over de Sinti
en Roma, en over haar band met Hitler. Dit citaat sluit aan bij wat
er eerder in deze alinea staat beschreven over de ‘leugens’.